Wisselteelt en Combinatieteelt

Welke gewassen waar komen te staan bepalen we aan de hand van een teeltschema. Wij maken gebruik van wisselteelt en combinatieteelt.

Wisselteelt

Wisselteelt (of vruchtwisseling) betekent dat je de moestuin opdeelt in een aantal gebieden of percelen. Op elk perceel komt dan een bepaalde plantengroep (b.v. de bladgewassen, wortelgewassen, vruchtgewassen, de bonen, etc.). Elk jaar schuiven de plantengroepen een perceel op. Zo duurt het een paar jaar voordat een plantengroep weer op hetzelfde perceel komt.

Waarom?

Waarom maken we gebruik van wisselteelt? Ten eerste om ziektes en plagen tegen gaan. Ziektes en plagen zijn vaak verbonden aan één plantengroep. Zo is knolvoet een ziekte die voorkomt bij kruisbloemigen (kolen, raapstelen, radijs, tuinkers, etc). En fytoftora is een schimmel die de nachtschade-familie aantast (aardappel, tomaat, aubergine). Bijna elke ziekte verdwijnt in de loop van de jaren uit de bodem als een plantengroep daar niet meer verbouwd wordt. Vaak is na drie tot vier jaar een ziekte uit de bodem verdwenen. Met het wisselteelt kan je er voor zorgen dat aardappelen pas vier jaar later op dezelfde plek komt, of pas vier jaar na tomaten.

Ten tweede gebruiken we wisselteelt om te voorkomen dat de grond uitgeput raakt. Elke plant gebruikt specifieke voedingsstoffen (nutriënten). Als je een paar keer achter elkaar sla op hetzelfde perceel verbouwt, dan verdwijnen die nutriënten uit de grond die sla nodig heeft. Het duurt vaak een tijd voordat die nutriënten weer door de bodem zijn opgeslagen. Sommige planten brengen nutriënten in de grond die andere planten nodig hebben. Zo onttrekken veel plantengroepen stikstof uit de bodem. Peulgewassen (erwten, bonen, etc) brengen juist stikstof de bodem in. Daarom is het gunstig om die gewassen met elkaar af te wisselen.

Een simpel wisselteeltschema kan er als volgt uitzien:

Naamloos

Ons teeltschema ziet er ingewikkelder uit, omdat wij ook combinatieteelt toepassen.

 

Combinatieteelt

Je kunt ziektes en uitputting voorkomen door plantgroepen na elkaar te verbouwen, maar ook door ze door elkaar heen te verbouwen. Combinaties van planten naast elkaar verbouwen wordt combinatieteelt genoemd.

Waarom?

Soms hebben planten een positieve invloed op elkaar als ze naast elkaar staan. Sommige planten trekken nuttige insecten aan of stoten schadelijke insecten af. Sommige planten zuiveren de grond van ziektes. Sommige planten hebben juist een negatieve invloed op elkaar. Die zet je dus niet naast elkaar.

Combinatieteelt pompoen en bonen

Pompoen en Pronkboon (Kinderparadijs)

Een ander voordeel van combinatieteelt is dat je optimaal gebruik kan maken van de ruimte in een moestuin. Sommige planten gaan de lucht in en laten ruimte op of vlak boven de grond. Sommige planten hebben lange diepe penwortels, andere juist oppervlakkige wortels. Op de bodem onder tomatenplanten is nog veel ruimte die je kan benutten door er bijvoorbeeld spinazie te zaaien. Pompoenen kunnen tussen mais kruipen. Worteltjes en pastinaken laten veel ruimte voor oppervlakkig wortelende gewassen.

Een bekend voorbeeld van combinatieteelt wordt wel de ‘Drie Gezusters’ genoemd: pompoen, bonen en mais. Bonen binden stikstof voor de stikstofminnende pompoen en mais. Mais biedt stevige stammen voor de bonen zodat die omhoog kunnen klimmen. En zo ontstaat er schaduw waar de pompoen van houdt. En de pompoen biedt weer een mooie bodembedekkende laag.

Ons teeltschema ziet er als volgt uit. (Klik op de foto om hem te vergroten)

Wisselteelt

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s